RSI is een verzamelnaam voor spier- en gewrichtsklachten aan handen, polsen, armen, schouders, en/nek. RSI is de afkorting van Repetitive Strain Injury. Dit betekent een blessure door een herhaalde belasting. Door repeterende bewegingen ontstaat een continue spierspanning die spier- en gewrichtsklachten veroorzaakt.
RSI is een term die steeds meer als een vergaarbak van allerlei klachten aan arm, nek en schouder wordt gebruikt. Daarom benoemen steeds meer medici de specifieke aandoening (bijvoorbeeld carpaal tunnelsyndroom of tenniselleboog). Klachten die niet nader te specificeren zijn worden tegenwoordig bij voorkeur een ´a-specifieke CANS´genoemd. CANS staat voor Complaints of Arm, Neck and/or Shoulder. (arm-, nek- en/of schouderklachten).
klachten ontstaan geleidelijk
RSI/CANS klachten ontstaan geleidelijk. Het begint meestal met tintelingen in de handen, een koud of door gevoel in handen of onderarmen, of en zere pols. Deze klachten kunnen verergeren tot chronische pijn en stijfheid. Het grote gevaar bij RSI/CANS ligt in het sluipende verloop. Veel mensen nemen in eerste instantie hun klachten niet serieus. Maar na verloop van tijd blijft de pijn aanhouden en begint krachtverlies op te treden. De arbeidsprestaties gaan daardoor omlaag met geheel of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid als gevolg.
Risicogroep RSI/CANS: musici, slagers, postbodes, kassapersoneel, lopende bandwerkers. Beeldschermwerk is tegenwoordig de grootste oorzaak van RSI/CANS.



