- A fistful of dollars: afscheid van het Wilde Westen
Op deze pagina
A fistful of dollars: afscheid van het Wilde Westen
Wat hebben de heren toch veel woorden nodig om hun punt maken, dat feitelijk neerkomt op meer toezicht en regulering voor alle betrokkenen, behalve voor de heren-advocaten zelf. Daarbij doen de heren hun beroepsgroep roomser voor dan de paus en tonen zij zich meesters in het weglaten van belangrijke feiten en omstandigheden. Selectieve verontwaardiging dus.
Als stier die reeds in 2001 de advocatenkudde heeft verlaten, voel ik mij als gelouterde cowboy geroepen om een tegengeluid te laten horen. Want deze oproep voor kartelvorming is namelijk in strijd met het beginsel van contractvrijheid en staat op gespannen voet met het zogeheten proportionaliteitsbeginsel en relativiteitsbeginsel. En daarom mag, kan en moet dit niet gebeuren. In 2001 heb ik, na ruim 15 jaar advocatuur en het in 2000 voltooien van de Grotius specialistenopleiding Personenschade, mijn toga aan de wilgen gehangen om voortaan als letselschadespecialist in alle vrijheid no cure no pay zaken te kunnen behandelen, hetgeen destijds voor advocaten volgens de gedragsregels niet was toegestaan.
Nadat dit sinds 2014 onder voorwaarden wel werd toegestaan en dacht daar last van te gaan krijgen, bleek tot mij niet geringe verbazing dat in 5 jaar tijd slechts 54 zaken op deze basis waren behandeld. Hier past maar één conclusie: de letselschadeadvocaat is niet geïnteresseerd in no cure no pay zaken. Men doet liever zaken op basis van het vertrouwde uurtje/factuurtje.
Omdat niet iedere rechtszoekende van dat systeem gecharmeerd is, lag het voor de hand dat niet-advocaten al eerder in dat gat waren gesprongen. Net zoals dat in een nog verder verleden was gebeurd op het gebied van arbeidsrecht, huurrecht, incasso’s en fiscaal recht. Hoewel het in dat soort zaken ook over grote financiële en emotionele belangen kan gaan, staan deze belangenbehartigers niet allemaal onder speciaal toezicht om deskundigheid te waarborgen en malversaties te voorkomen. Waarom dan een uitzondering maken voor de letselschadebranche? Is het met de kwaliteit daarvan werkelijk zo droevig gesteld? Of willen deze letselschadeadvocaten de verloren markt op deze manier terugwinnen? Mag ik de heren er op de eerste plaats aan herinneren dat ondanks alle regels en toezicht, het in het verleden regelmatig is voorgekomen dat een advocaat er met de gelden van het slachtoffer vandoor is gegaan. Oké, daar kan dan weliswaar een schrapping van het tableau op volgen, maar het kwaad is dan al geschied, waarmee ik maar wil zeggen dat regels en toezicht, hoe streng ook, dit niet kunnen voorkomen. De sjoemelnotaris uit Den Haag is daar een recent en tragisch voorbeeld van.
En als ik vervolgens naar het schamele aantal voorbeelden kijk welke de misstanden in de letselschadebranche zouden moeten illustreren, ben ik ook niet erg onder de indruk. En al helemaal niet omdat het voorbeeld van een uitspraak van RBNH niet in dat rijtje thuishoort omdat het Gerechtshof Amsterdam in het appel daarvan, het door de heren gewraakte dubbel declareren niet als in strijd met de goede zeden heeft gekwalificeerd, maar in plaats daarvan het beroep op dwaling heeft gehonoreerd, hetgeen bepaald iets anders is (zie ECLI:NL:GHAMS:5249).
Belangrijker vind ik echter dat dat er iets te kiezen moet blijven en dat dat aan de markt moet worden overgelaten en zeker niet, zoals de heren voorstellen, aan per definitie partijdige verzekeraars met hun aan slachtoffers tegenstrijdige belangen.
Met het internet als bron dat voor iedereen toegankelijk is, kan een slachtoffer al het aanbod bekijken en vergelijken en dat is juist heel erg transparant. En rotte appels heb je in elke branche. Zo heb je ook LSA-advocaten die onnodig zaken rekken om meer uren te kunnen declareren en totaal niet geïnteresseerd zijn in het belang van het slachtoffer. Zo komt het ook binnen de advocatuur voor dat akkoord wordt gegaan met een slecht regelingsvoorstel van de verzekeraar op voorwaarde dat de openstaande rekeningen van de betreffende advocaat worden betaald. En geen haan die er naar kraait, omdat daarop geen enkele controle is. Om met de woorden van de heren te spreken: “weten die slachtoffers veel!” Dat klopt, die weten vaak niet veel en daar wordt inderdaad misbruik van gemaakt, maar dat gebeurt zowel binnen als buiten de advocatuur. En geen enkele vorm van tucht of toezicht kan dergelijke misstanden voorkomen. De enige die (achteraf) misstanden kan corrigeren en sancties kan opleggen, waaronder zelfs een beroepsverbod, is de rechter, en dat zou voldoende moeten zijn.
Als de letselschadeadvocaat zo begaan is met het lot van slachtoffers staat het hem vrij om daarvoor campagne te voeren. Maar het kan niet zo zijn dat een kleine groep van een paar honderd advocaten ten eigen faveure bepaalt dat een veel groter aantal andere belangenbehartigers, waarvan het gros bona fide is, zich zou moeten onderwerpen aan regels waarom zij, noch slachtofferverenigingen, hebben gevraagd. Een dergelijke patriarchale vorm van bevoogding is namelijk niet alleen niet meer van deze tijd maar bovendien in strijd met genoemde beginsels. Buiten dat, uiteindelijk bepaalt het slachtoffer zelf door wie het zich laat bijstaan. Het slachtoffer laat zich niet leiden door het tuchten van de markt. Daardoor valt er gelukkig nog steeds wat te kiezen hetgeen niet alleen bevorderlijk is voor de onderlinge concurrentie maar het speelveld ook avontuurlijker maakt. Voor ieder wat wils dus. Graag eindig ik dan ook met een knipoog naar de titel: Go west young man, go west!
Rogier Witlox, letselschadespecialist bij Witlox Juristen sinds 1915, h.o.d.n. MisterClaim


MisterClaim zorgt voor een eerlijke vergoeding